Plagen en Ziekten


Zelfs de meest voorkomende plagen en ziekten komen niet vaak voor en zijn niet direct funest voor een gazon. Echter zij kunnen wel problemen veroorzaken maar die lossen zich meestal vanzelf weer op.

De bekendste worden hieronder beschreven.

Engerlingen:
Dit zijn larven van de mei- en junikever en vliegen uit in mei of juni. De larven zijn wit en kunne wel tot 4 cm lang worden. Zij hebben een zwarte kop.

Zij eten de worteltjes van het gras op net onder de oppervlakte. Hierdoor kan in de zomer verdroging sneller optreden. Bij een hoge concentratie van de larve kan de zode los komen te liggen. De vogels hebben dit dan snel door en komen op de larven af. Chemische bestrijding is niet mogelijk.



Rooddraad:
Dit is een schimmel die makkelijk herkenbaar is. Het trekt het groene pigment uit het grasplantje en op het blad ontstaan er rode pluisjes. Directe schade ontstaat er niet al loopt de kleur van het gazon terug.

Een extra bemesting lost vaak al veel op. Na augustus heeft een extra bemesting niet veel zin meer.

Schimmel verdwijnt vanzelf weer. Bestrijding is niet nodig.

Sneeuwschimmel:
Als gevolg van een (te) late stikstofbemesting in een warm en nat najaar kan er in het late najaar of winter sneeuwschimmel ontstaan. Ook onder een sneeuwlaag. Deze schimmel bestaat uit witte pluizen of een soort wattenbollen. Aantasting valt meestal wel mee. De schimmel komt echter niet vaak voor.

Chemische bestrijding is mogelijk.
Design by: www.GrafiMediaGroep.nl